top of page

10 wetenschappelijk onderbouwde trainingsprincipes

De International Society for Equitation Science (ISES) is de wereldwijde organisatie die zich inzet voor het toepassen van wetenschap in het houden van en trainen met paarden. Door het delen van de nieuwste wetenschappelijke inzichten willen ze ervoor zorgen dat paardenwelzijn verbeterd. Een belangrijke missie, die ook nog eens perfect aansluit bij de missie van Equifacts. Niet voor niets zijn wij ook lid van ISES.


Maar waar begin je als je wetenschap wilt toepassen in de omgang met paarden? Daarvoor heeft de ISES de 10 trainingsprincipes opgesteld.


1. Houd rekening met de veiligheid van mens en paard

Anne zit op Generaal midden op de hei
Een cap, geschikte schoenen en passende kleding horen bij de basisuitrusting van een ruiter. Anne draagt hier ook een bodyprotector voor extra veiligheid.

Omgaan met paarden is ontzettend leuk en je kunt er veel positieve energie uithalen, maar het blijven ook grote dieren en een ongeluk zit in een klein hoekje. Het eerste principe gaat daarom over veiligheid: van de mens én van het paard. Kijk bijvoorbeeld eens naar de uitrusting van de ruiter: draagt hij een cap, schoenen of laarzen met een hak en geen fladderende kleding? En ook voor het paard: past het zadel goed? Zit de neusriem niet te strak?


Bij veiligheid hoort ook dat de ruiter en het paard goed bij elkaar passen, zowel fysiek als mentaal. Als je graag rustige buitenritjes wilt maken past een sportgefokt paard met een nerveuze aanleg waarschijnlijk minder goed bij jou.

Tot slot is het belangrijk dat je goed met je paard kunt communiceren. Begrijp je de signalen van een paard? Als je stresssignalen kunt herkennen kun je onveilige situaties makkelijker voorkomen.


2. Houd rekening met de natuurlijk, soortspecifieke behoeften van een paard

Vier paarden rennen in een wei
Vrije beweging met soortgenoten is ontzettend belangrijk voor goed paardenwelzijn

Zorgen dat het goed zit met de basisbehoeften van een paard is ontzettend belangrijk voor goed paardenwelzijn. De meeste paarden besteden een uur of twee per dag met hun verzorger. Dit betekent dat ze 22 uur in hun huisvesting staan. Hoe staat het paard er dan bij? Heeft het paard de mogelijkheid te schuilen tegen weersinvloeden, kan het zelf kiezen of en met welk paard hij sociale interactie heeft, is er genoeg ruimte voor vrije beweging en krijgt het paard minstens 16 uur per dag goede kwaliteit ruwvoer? Voor de verzorgers en eigenaren is het daarnaast belangrijk om signalen van pijn en stress goed te kunnen herkennen, zodat ze op tijd in kunnen grijpen.


Onder dit principe valt ook hoe we omgaan met onze paarden tijdens de training. Tastharen en oorharen hebben een belangrijke functie en deze moet je dus niet knippen. Daarnaast is het belangrijk dat het paard zich veilig en vertrouwd voelt bij de mensen die met hem omgaan.


3. Houd rekening met de mentale en zintuigelijke vermogens van een paard.

close up paardenoog

Hopelijk komt dit niet als een verrassing, maar paarden zijn dieren met gevoel. Het is daarom belangrijk de emoties van een paard niet te onderschatten en hier ook rekening mee te houden. Een paard dat niet lekker in zijn vel zit kan zich ook minder goed concentreren. Daarnaast kan een paard dat bang of boos is gevaarlijk worden en onvoorspelbaar reageren. Het is daarom belangrijk de emoties van het paard te onderkennen en een gespannen paard te helpen om te kalmeren. Dit kun je doen door het paard bij de schoft te kriebelen en even niets van hem te vragen. Het is ook belangrijk dat je zelf lekker in je vel zit. Als je boos bent heeft dit ook een invloed op het paard.


4. Houd rekening met de emotionele staat van het paard

Mensenhanden houden mond van paard open
Komt er een bezoek van de tandarts aan? Help het paard dan door het er rustig op voor te bereiden.

Deze sluit een beetje aan op de vorige. Doordat we weten dat paarden dieren met gevoel zijn kunnen we ze helpen om meer positieve emoties te ervaren. Vind het paard iets spannend of weet je dat er een spannend moment aankomt (bijvoorbeeld een bezoek van de dierenarts)? Help het paard dan door dit stapje voor stapje te oefenen. Beloon vooruitgang en rust. Paarden kunnen veel hebben, maar dan moeten we ze wel helpen om hier rustig mee om te leren gaan.

Duidelijkheid is hier ook belangrijk. Als iets mag in de training, dan mag dit ook altijd. Mag iets niet, dan mag het nooit. Zo blijft het duidelijk voor het paard en dit geeft rust.


5. Maak op goede manier gebruik van desensitisatie methoden

Desensitisatie betekent dat je een paard langzaam laat wennen aan bepaalde prikkels waardoor hij hier minder gevoelig voor wordt. Het 'op een goede manier' is hierbij heel belangrijk. Het is namelijk niet de bedoeling het paard aan zoveel enge dingen bloot te stellen dat hij domweg dichtslaat door de hoeveelheid prikkels. Dit heet ook wel 'flooding'.

Dit principe betekent juist dat je je aanpast aan het leerproces van het paard:

  • Korte trainingssessies

  • Kleine stapjes

  • Positieve bekrachtiging

  • Niet overprikkelen


6. Maak op goede manier gebruik van operante conditionering (leren door toeval en beloning)

Paarden leren niet alleen als we met ze aan het trainen zijn, maar ze leren de hele dag door. Alles wat ze doen waardoor ze iets positiefs krijgen, zullen ze vaker doen. Kunnen ze bij het voer als ze de voerton omgooien? Dan zullen ze dat steeds opnieuw proberen te doen. Gedrag wat geen resultaat oplevert of zelfs negatief is, zullen ze steeds minder doen. Krijgt het paard een nare schok van schrikdraad? Dan zal het daar weg blijven (Waarom gaan sommige paarden dan toch door het draad heen de wei in? Zeer waarschijnlijk is de beloning van gras dus veel sterker dan de negatieve ervaring van een schok).

bruin paard krijgt snoepje uit hand mens
Belonen zorgt ervoor dat je gewenst gedrag versterkt

In de training kun je dit gebruiken door het paard een vraag te stellen en zodra het paard doet wat je wilt te belonen. Je mag het paard hierbij gerust een beetje helpen met het zoeken naar het goede antwoord. Zorg dat de beloning direct volgt op het gewenste gedrag, zodat het paard het juiste gaat koppelen aan de beloning. Zo zul je al snel merken dat het paard dat gedrag steeds vaker gaat laten zien.

Ongewenst gedrag laat je uitdoven door dit niet te belonen, dan zal het paard er vanzelf mee stoppen. Hierdoor is dit ook voor het paard een positieve manier van leren.


7. Maak op goede manier gebruik van klassieke conditionering (verbanden leggen)

Paarden zijn ontzettend goed in verbanden leggen. Dat betekent dat ze al heel snel weten 'als A gebeurt dan volgt B'. Dat is soms een uitdaging omdat een negatieve associatie snel gelegd is, maar je kunt het ook heel goed in je voordeel gebruiken bij de training. Daar komt nog eens bij dat paarden heel kleine signalen kunnen opvangen. Denk maar aan hoe een paard reageert als een vlieg op zijn huid land. Ze zijn ook ontzettend goed in het lezen van lichaamstaal en zien waarschijnlijk meer aan ons dan je zou denken.

close-up van een ruiterbeen
Met klassieke conditionering leer je een paard dat een beenhulp 'versnellen' betekent

Hierdoor kun je paarden leren om een bepaalde hulp te koppelen aan een specifiek gedrag. Je begint hierbij met een heel kleine vraag. Je spant je kuitspieren een heel klein beetje aan. Versnelt het paard? Super, belonen! Gebeurt er niets? Dan stel je de vraag een beetje duidelijker. Zodra het paard reageert stop je met de hulp en beloon je.

Het is belangrijk dat je iedere keer weer begint met de kleine vraag. Zo geef je het paard de kans om zelf de 'kracht' van de vraag te bepalen. En je zult merken dat als je dit goed toepast, je steeds minder hoeft te doen om al de reactie te krijgen die je wilt.


Heel belangrijk om hierbij te vermelden is dat de zweep nooit een middel is om een paard pijn te doen. Je kunt de zweep gebruiken als verlengstuk van een arm of been, om iets mee aan te wijzen of aan te tikken, maar nooit om mee te slaan. 'Geef het paard een tik' als hij niet door wil lopen is dus nooit de juiste oplossing.


8. Maak goed gebruik van de stap-voor-stap benadering

Close-up paardenbenen, een hoef van de grond
Maak oefening klein. Hoef een klein stukje van de grond? Super, belonen!

Het kwam hierboven ook al even langs, maar paarden leren vooral goed stap-voor-stap. Zelf wil je ook liever niet gelijk een hele moeilijke wiskundige vergelijking oplossen toch? Eerst leer je wat de getallen betekenen, hoe simpele sommen werken en zo kom je steeds een stapje verder. Voor het paard geldt hetzelfde. Probeer dus als je aan een moeilijke oefening begint (of dit nu tijdens het rijden is of bijvoorbeeld netjes een voetje geven bij de hoefsmid) die eens uit te schrijven in kleine stapjes. Eerst leren dat als je zegt 'voetje' en een been aanraakt, het paard het gewicht van dit been afhaalt. Daarna dat hij het been een stukje optilt. Dat je het been even vast kunt houden enz. Vergeet hierbij vooral ook niet iedere kleine vooruitgang te belonen! Al het gedrag wat beloning oplevert zal een paard vaker doen. Iets wat niets oplevert doet hij steeds minder vaak.

En ook hier geldt: wees duidelijk. Ja is ja en nee is nee.


Wat hier ook belangrijk is, is om niet teveel tegelijk te veranderen. Wil je een nieuwe dressuuroefening gaan oefenen? Doe dit dan in de rijbak die het paard al kent. Ga niet in een vreemde bak (wat al een oefening op zich is) een heel nieuwe oefening van het paard vragen. Verander steeds maar een aspect.


9. Gebruik signalen en hulpen duidelijk en consequent

Paarden kunnen veel leren, maar het is daarbij wel belangrijk altijd duidelijk én consequent te zijn. Dit betekent:

  • iedere hulp heeft maar 1 betekenis. Zo weet het paard precies welk antwoord er van hem wordt verwacht. Ze kunnen goed onderscheid maken in kleine variaties, dus zo kun je bijvoorbeeld verschil maken in drijven met je kuiten (versnel in dezelfde gang) of drijven met je hakken (ga een gang omhoog).

  • de timing van de hulp moet goed zijn. Wil je het paard naar links laten draaien tijdens het rijden? Geef het signaal dan als hij het linkervoorbeen optilt, zodat hij ook fysiek de mogelijkheid heeft om de draai te maken.

  • geef geen tegenstrijdige signalen. Tegelijk remmen (druk op de teugels) en aansporen (drijven met de benen) geef verwarring bij het paard. Want moet hij nu sneller of langzamer?

Dit principe geeft ook aan hoe belangrijk het is om een stille zit te hebben. Als je altijd met je benen wiebelt, zorg je ervoor dat het paard uiteindelijk niet meer op beensignalen reageert. En dat wil je niet.


10. Train het paard om zichzelf te dragen

Het paard leren zichzelf te dragen betekent dat hij uit zichzelf door blijft gaan in een bepaalde gang. Je hebt het paard aan laten draven, hebt op de juiste manier naar de gewenste hoofd-halshouding toegereden en dan moet het paard dit zelf volhouden totdat jij een andere hulp geeft. Het is dus niet de bedoeling dat je continu blijft drijven of het hoofd van het paard in een houding trekt. Hierbij is het natuurlijk belangrijk dat het paard ook in staat is om de houding of oefening die je vraagt goed uit te voeren.

Dit is goed voor het welzijn van het paard omdat het daardoor niet nodig is om eindeloos hulpmiddelen (zweep, hulpteugels etc.) te blijven gebruiken.

Bruin paard gallopeert in de wei
Streef ernaar je paard zichzelf te laten dragen: hij blijft lopen zonder dat jij de hele tijd hulpen hoeft te geven.

En nu aan de slag!

Dit waren ze, de 10 principes op basis waarvan we volgens wetenschappers op welzijnsvriendelijke manier kunnen trainen met onze paarden. Welke principes pas jij al toe bij jouw omgang met paarden? En welke ga je de komende tijd meer op focussen?



Bronnen: De oorspronkelijke 10 principes vind je op de website van de ISES.

www.paardwelzijn.nl maakte een poster over deze 10 principes met handige uitleg en voorbeelden. Je vindt deze op hun website.

47 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven
bottom of page